Verslag Europe in Motion, Nottingham februari 2011
“Ik heb nooit last gehad van het Billy Elliot-syndroom”
,,Als je niet weet wat je wilt worden ga je in Turkije economie studeren”; Melih Gencboyaci en
Kerem Gelebek lachen er hard om aan de ontbijttafel in het Britse Nottingham. De twee van
origine Turkse choreografen en performers kwamen er pas latere leeftijd achter dat hun hart bij
het podium lag. Sterker nog: Gelebek (1981) was als ondernemer al een Cyber Café begonnen
toen hij zich aanmeldde bij het conservatorium in Istanbul. ,,Je kunt niet zeggen dat ik last had
van het Billy Elliot-syndroom, dat ik er al vroeg van droomde om tegen de klippen op danser te
worden. Ik had wel een aantal cursussen gevolgd maar dat was het dan ook. Ik wist alleen dat
dat podium me trok”.
Inmiddels woont Gelebek in Duitsland en werkte hij een aantal jaar in Frankrijk als danser bij
onder meer Christian Rizzo. Gencboyaci (1977) volgde een andere omweg: als afgestudeerd
econoom begon hij in Izmir aan een acteursopleiding om daarna over te stappen naar een
mime-opleiding in Nederland. Hij maakt inmiddels deel uit van het collectief Schwalbe en
maakte twee voorstellingen die zeer goed werden ontvangen.
De beide makers en performers zijn in Nottingham deelnemers aan Europe in Motion, het
reizende talentontwikkelingsprogramma dat Springdance sinds 2008 initieert voor jonge
Europese choreografen. Dit keer met samenwerkingspartners Dance4 (Nottingham), iDans
(Istanbul) en brutWien (Wenen). Elk land ‘levert’ twee talenten en daarbij valt meteen op dat
door het nomadenbestaan van veel choreografen en performers de nationaliteit er minder toe
doet dan de stad waar ze werken. Neem Anat Eisenberg, geboren in Israel, wonend in Berlijn,
werkend in Istanbul. Of Rodrigo Sobarzo, acteur uit Chili, uitkomend voor Amsterdam, de stad
waar hij vorig jaar afstudeerde als choreograaf. Sabile Rasiti is een Oostenrijkse met Albanese
wortels, Priya Mistry een Britse uit een Indiase familie. Het thema dat EIM meekreeg luidt dan
ook niet voor niets: Mosaic Identities. Landsgrenzen en nationaliteit overstijgend in een
nomadisch dansbestaan, in een kunstdiscipline die door bij uitstek (want overwegend taalloos)
transnationaal is en steeds vaker caleidoscopisch van aard.
In de dansstudio van Dance4, begint de dag met koffie en een yoga/fitness-oefening. Anat
Eisenberg heeft haar laptop aangesloten op een monitor, ze zet een filmpje op Youtube aan.
Een dame die ergens in een van Amerika’s weidse landschappen staat, doet wat rek- en
strekoefeningen voor, de deelnemers in de studio wiebelen en concentreren mee in een
awkward pose. Als ze de dancers pose moeten doen, verzucht Eisenberg met de nodige zelfspot
dat ze het niet voor niets niet tot ballerina heeft geschopt. Nicola Conibere ligt op de grond en
doet haar eigen oefeningen. De frêle Britse heeft een rug die even niet helemaal doet wat ze
hoopt. Opgerekt uit helemaal gefocust kan de werksessie beginnen als de twee mentoren ofwel
coaches van deze EIM-editie binnenkomen. Jane Greenfield (o.a. ex-artistiek directeur van
festival Nottdance) en Philip Szporer (o.a. dansdocent, dansfilmer) pakken de zitzakken en
leggen ze midden in de ruimte. De groep ploft neer. In de ochtend mogen de Oostenrijkse
Sabile Rasiti en Stephanie Rauch hun artistieke vragen en bevindingen aan de groep voorleggen.
Zij laten een aantal foto’s van hun werk zien. Hun handelsmerk: interventies, dat wil zeggen dat
ze ingrijpen in de openbare ruimte. Ze gaan bijvoorbeeld naar een kinderspeeltuin die vroeger
een kerkhof was. Het thema dood verbeelden ze door aan het hek van de speeltuin te gaan
hangen, ondersteboven aan hun benen. ,,Dat hielden we telkens maar 10 minuten vol”, lachen
ze, “daarna namen we een korte pauze en gingen we weer hangen. Hardop klagend over die
pijnlijke ervaring. Probeer het maar eens, 10 minuten op je kop hangen. We wensen het
niemand toe”. Ze maakten er een film van voor een galerie. Een van hun andere installaties c.q.
interventies vond plaats pal voor het Burgtheater in Wenen. Bij de tramhalte op het plein zetten
de beide maaksters een ‘rouwtafel” neer: een gedekte eettafel voor 12 personen vol met eten.
Wie wilde kon aanschuiven om een overleden geliefde te herdenken en zijn of haar leven te
vieren met wijn en spijs.
De vragen van Rauch en Rasiti zijn in het discours over de hedendaagse dans geen onbekende.
Hoe verhoudt ruimte zich tot plaats. En welke rol speelt het lichaam daarin. Op dit moment zijn
ze bijvoorbeeld bezig met lichamen die vallen. Ze praten er met de andere deelnemers niet
alleen in een open dialoog over, ze vragen de andere deelnemers deel te nemen aan een
onderzoeksexperiment. Ze krijgen de opdracht om in de studio te improviseren. Op de vloer
staan 2 praktikabels: of ze er van af willen springen zonder te vallen! De groep raakt meteen
enthousiast, hoe los je deze paradox op. Het levert af en toe hilarische momenten op: Nicola
Conibere vleit en kronkelt zich om de praktikabels zonder ooit op de grond terecht te komen,
Kerem Gelebek springt weliswaar (en landt) maar speelt met illusie. Zoals iemand die mimisch
net doet of ie een trap afdaalt, zo probeert hij van zijn val een horizontale beweging te maken.
Opvallend is de enorme bereidheid om met elkaar mee te denken, zich te verdiepen in het werk
van de ander. Maar wat vooral in het oog springt is dat alle grote, conceptuele vragen van deze
generatie choreografen niet meer lijken te verzanden in -oneerbiedig gezegd- navelstaardans,
maar dat communicatie met het publiek, maatschappij en communities hoog in het vaandel
staat. In een van de reflectiesessies met de coaches wordt de vraag gesteld: wie ben je als mens,
wie ben je als maker maar ook wie ben je als lid van de gemeenschap. Welke waarde heb je als
kunstenaar bij te dragen aan de maatschappij en aan de kunst?
Die terugkeer naar een wat meer geëngageerde houding komt voor een deel voort uit de overal
dreigende bezuinigen en de politieke teneur dat kunst een belastinggeld verslindende luxe is,
met kunstenaars die de subsidieruiven leeg eten. De choreografen van EIM onderstrepen dat ze
ook op zoek zijn naar nieuwe manieren van werken, nieuwe verdienmodellen waarin buiten de
subsidiesystemen geld verdiend kan worden en statements geuit. Er worden bij gebrek aan geld
voorstellingen in huiskamers opgevoerd, de eerste klimaatneutrale voorstellingen worden –met
knipoog- al gemaakt door de het licht in voorstelling op te wekken met fietsdynamo’s (Melih
Gencboyaci, Schwalbe). ‘Het nieuwe theatermaken’ valt niet mee maar het is wel de nieuwe
uitdaging. Moet je willen leven van kunst? Of moet je je leven zo inrichten dat je ‘echt’ werkt,
een ‘echte’ baan zoekt om uiteindelijk kunst te gaan maken? Voor de in Nederland werkende
Zweedse deelnemer Daniel Almgren Recén was dit een van de praktische en tegelijkertijd
filosofische vragen. Hoe richt je je eigen carrière in het theater in? Wat worden je survival skills?
Alle deelnemers leggen hun eigen strategieën bloot: aansluiting vinden bij nieuwe en oude
netwerken, nieuwe samenwerkingsverbanden, pitchgesprekken trainen, ruildiensten opzetten
zodat iemand anders jouw promotie kan doen et cetera.
Lunchtijd. Dance4 verzorgt elke dag van de sessies een uitgebreide catering. ,,Als we een ding
goed kunnen dan is het eten”, grinnikt mentor Philip Szporer die samen met Jane Greenfield als
een ondersteunende ouder over zijn kroost waakt. Na de lunch is er nog wat tijd over en dus
duiken alle deelnemers achter hun laptops, mail lezend, Skypend en elkaar filmpjes tonend. De
reflectiesessie waarin iedereen één brandende vraag mag stellen gaat verder in op de
werkstructuren waarin de dansers leven. Een prangende vraag in de Europese dans want
doordat alle productiehuizen, opleidingen en festivals in één groot netwerk lijken
ondergebracht, lijkt ook elke choreograaf een zeer vergelijkbare opleiding te krijgen en
vergelijkbaar werk te maken. In Europa is zo een zekere uniformiteit in de dans ontstaan,
erkennen de jonge makers. Het heeft de creativiteit geen goed gedaan. Daarom zegt Mehli
Gencboyaci is hij ook zo blij met Europe in Motion. “ Ik heb al van heel wat die uit-het-raamstaar-
sessies gehad, maar hier is het praktisch en artistiek-inhoudelijk tegelijk. Om zo met
gelijkgestemden tijd te hebben om je artistieke vragen en gedachten uit te wisselen, dat geeft
energie. En nieuwe moed.”
Dat de nieuwe lichting choreografen zeer verschillend werk maakt, bewijst de eerste avond van
de reeks voorstellingen met werk van de deelnemers, in en rondom Nottingham. We rijden in
een busje naar Lincoln en tot grote vreugde van de groep heeft de chauffeur een dvd van
Michael Jackson aangezet. Priya Mistry zingt met hartelust mee. Voor de meesten is dit hun
jeugdsentiment. De avond in Lincoln wordt geopend door Daniel Almgren Recén. Twee dansers
staan met kronkelende rug naar het publiek en zullen dat, op één frase na, bijna 20 minuten
lang blijven doen. De rij lampen staat ook op het publiek gericht, alsof de vierde wand achter
het toneel staat. De dans van de ruggen is repetitief, de dramatische spanning zit ‘m vooral in de
ruige gitaarmuziek. Het zal de meest conceptuele voorstelling van de avond blijken.
Anat Eisenberg introduceert het publiek in de wereld van het vastgoed. Haar voorstelling
Candy& Candy, The Showroom die ze samen met beeldend kunstenaar Mirko Winkel maakte,
bestaat voor een deel uit een film van een bezoek aan een modelwoning in de skycraper
Sapphire in Istanbul. Eisenberg en haar bezoekers pretenderen belangstelling te hebben voor de
appartementen in het hightec-eco-gebouw dat bijvoorbeeld hele etages met weelderige tuinen
bevat, compleet met stelselmatig ververste natuurlucht. De verkoper in de film prijst het zijn
‘under cover’-bezoek op bijna groteske wijze aan. Eisenberg en Winkel, lezen op het podium
vanaf hun laptops en via de Powerpoint de voorstelling voor, zelf serieus pretenderend
vastgoedmensen te zijn. Het publiek mag vragen stellen over de appartementen. Tijdens de
nazit vraagt iemand hoezeer deze voorstelling nog een choreografie kan heten. Eisenberg:
“Choreograferen gaat voor mij over organiseren van structuren. Dat gebeurt in de wereld van
de Sapphire ook. Er worden nieuwe werkelijkheden in geconstrueerd, bijvoorbeeld met die
tuinen. Daar zit de overeenkomst”. Een bezoeker kan nauwelijks geloven dat de wereld van de
Sapphire echt is, ze dacht dat het allemaal verzonnen was. Candy & Candy, The Showroom is dan
ook een zeer gelaagd, ingenieus spel met verbeelding en werkelijkheid.
Melih Gencboyaci laat een solo zien: Acces to anxiety. Staand voor de microfoon bezweert hij
langzaam de ruimte met zijn repetitieve ademstoten die gelijk opgaan met de
staccatobewegingen. Van zijn plaats afkomen doet hij niet, met zijn armen en handen bakent
hij kort en strak, heen en weer wiegend, de ruimte af. Af en toe wordt de strakke choreografie
verluchtigd met een ritmische knipoog van Gencboyaci, of een kraag die rechtop gezet moet.
Het levert een fascinerende solo op.
Terug in de dansstudio. De choreografen leren tijdens de sessies verwoorden wat hun vragen
zijn, hoe ze hun werk en artistieke praktijk kunnen omschrijven. Het gaat de een makkelijker af
dan de ander. Sommigen verdiepen zich in de klassieke vragen over ruimte, lichaam en tijd,
anderen vragen zich af hoe je je ‘eigen waarde’ als choreograaf kunt verwoorden. Priya Mistry
heeft geen moeite met het communiceren van wat ze wil: ze stapt in Engeland op overheden af
om lege oude gebouwen te tijdelijk te ontfutselen voor haar community-werk. “Dat zal met
mijn Indiase achtergrond te maken hebben, ik ben echt iemand die gelijk gaat onderhandelen”.
Een ander is onzeker en vindt het lastig om te omschrijven wat ie nou doet. Kun je al zeggen
wat je stijl is, wat je kenmerken? Wat je strategieën zijn, wat je focus? Is het dans, een
installatie? Gencboyaci: ,,Ik werk niet voor niets zonder woorden. Het maakt me als nieuwkomer
altijd onzeker als ik er iets over moet zeggen. Geef mij dat lichaam maar. Maar daarom vind ik
het hier ook zo goed. Iedereen geeft me de woorden om te vertellen wat ik doe, waar ik sta.
Heel waardevol”.
Tijdens de lunch komt Nicola Conibere met schrijver Friedrich Schiller op de proppen. De
discussie gaat over democratie. Kun je als choreograaf democratisch werken, bijvoorbeeld in een
collectief, of ben je iemand van de hiërarchie, op het dictatoriale af? Het zet de deelnemers aan
het denken over hun eigen werkpraktijk. Als de sessie begint waarin Rodrigo Sabarzo centraal
staat, besluit hij niet alleen van gedachten te willen wisselen, maar voert hij zijn solo Mining op.
Er komt een soort oergeluid uit zijn longen, in harde ademstoten vliegen de klanken ah ah ah
ah uit zijn keel, luid, ritmisch, onophoudelijk dwingend. Sobarzo loopt, kruipt en kronkelt door
de ruimte van de dansstudio. Het eenvormige ritme betovert, de genadeloze kracht verontrust,
het vraagt uithoudingsvermogen van een kijker. Tot de wekker van zijn mobiel zo’n 20 minuten
later afloopt. Die 20 minuten ‘Ursonate’ laat de deelnemers uiteindelijk in aangename verbazing
achter. Sprakeloos. Sobarzo zelf neemt een slok water en vertelt enigszins verbaasd te zijn over
het succes dat hij hiermee als net afgestudeerde choreograaf in Amsterdam had. De angst dat hij
het eerste succes moet gaan evenaren beklemt hem nu al. Zullen mensen hem niet gaan
afwijzen als hij zichzelf herhaalt, als zijn zoektocht naar ‘oncomfortabilieit ’ in voorstellingen op
elkaar gaat lijken? Mentor Jane Greenfield stelt hem gerust: je mag als maker best je materiaal
recyclen, variëren. Grote namen in de danswereld doen dat toch ook? De kwaliteit zit ‘m in hoe
je het doet. Ze vertelt dat ze een choreograaf kent die haar vertelde eigenlijk elke keer
hetzelfde werk te maken. Het zag er alleen telkens anders uit. De opluchting is te lezen op het
gezicht van de Chileen. Europe in Motion heeft Rodrigo Sobarzo nieuw vertrouwen gegeven. Hij
lijkt zijn kunstenaarschap met trots te gaan dragen.
Ingrid van Frankenhuyzen
© 2013 Created by Springdance.
You need to be a member of SPRINGDANCE STAGE to add comments!
Join SPRINGDANCE STAGE